Literaire bouwstenen: Analyseren van
de ruimte
“De aanslag” speelt zich op
verschillende plaatsen af. Het is een verhaal over het leven van Anton
Steenwijk. De plaatsen hangen dus van de protagonist af.
Eerst en vooral speelt het verhaal
zich af in Haarlem, een stad in Nederland en tevens de hoofdstad van de
provincie Noord- Holland. Anton leefde daar samen met zijn ouders en broer,
Peter genaamd, in een huis met een rieten dak, “Buitenrust”.
In januari 1945, op het einde van de
Tweede Wereldoorlog, werd Anton’s huis, door de Duitse bezetters, in brand
gestoken en tot overmaat van ramp werden zijn ouders en broer hierbij nog
gefusilleerd. Anton verbleef op de koop toe één nacht in een donkere cel samen met
een jonge vrouw, een verzetstrijdster. Deze plaats past goed bij zijn gevoelens
want Anton was doodsbang.
Uiteindelijk wordt hij opgevangen door
zijn oom en tante in Amsterdam. In de Appololaan. Hier leefde hij gedurende heel
zijn jeugd. Beetje bij beetje kon hij zijn trauma verwerken en leefde als een
gelukkige jongen in een rijke buurt.
In 1952, na de Tweede Wereldoorlog,
werd Anton uitgenodigd op een feestje in Haarlem. Voor het eerst sinds zeven
jaar kwam hij terug in die stad. Na veel aarzelen besloot hij terug te keren
naar de straat waar hij gewoond had. Daar treft hij meneer en mevrouw Beumer
aan. Dit waren Anton’s vroegere overburen, zij leefden nog steeds in hun huis “Welgelegen”. Zij vertelden hem over de bronzen plaat die de mensen hadden
geplaatst ter herdenking van de overledenen in Haarlem. Toen Anton dit zag
besloot hij nooit meer terug te keren in Haarlem.
Vier jaar later verlaat Anton zijn oom
en tante en gaat hij wonen in Amsterdam in een rustig gelegen appartement ver weg
van de stad Haarlem. Hij studeert voor arts en specialiseert zich in
anesthesie. Anton is een boekenwurm en is tevens geïnteresseerd in de politiek.
Op een doodgewone dag wordt zijn straat bestormd door relschoppers van de
Communistische Partij. Anton houdt niet van zulke acties en voelde zich niet
veilig dus besloot hij de nacht bij zijn oom en tante door te brengen. Maar
toen hij buiten ging zag hij de zoon van Fake Ploeg, één van de relschoppers.
Anton nodigde hem uit om over het verleden te praten, maar er ontstond een
hevige ruzie. Fake Ploeg Junior is een agressieve en gewelddadige persoon in
tegenstelling met Anton.
Samen met zijn eerste vrouw, genaamd Saskia
De Graaf, en hun dochter, genaamd Sandra, gaan ze naar een begrafenis. Aan de
koffietafel ontmoet hij toevallig een man die betrokken was bij de aanslag. Het
was namelijk Cor Takes, de geliefde van Truus Coster. Deze vrouw zat bij hem in
de cel de avond van de aanslag. De schrijver koos voor deze plaats omdat een
begraafplaats een sfeer van verdriet, rust, liefde en herinnering oproept. Dit
was de ideale omgeving voor deze ontmoeting.
In 1968 trouwt hij met zijn tweede
vrouw, Liesbeth genaamd. Eén jaar later hadden ze samen een zoon, Peter. Ze
zijn een gelukkig gezin en leven in Amsterdam.
Op een dag bezoekt Anton samen met
zijn dochter, Sandra, Haarlem. Dit omdat Sandra het absoluut wou. Anton
vertelde haar over zijn vele nare herinneringen maar er was veel veranderd in
Haarlem. Hij toonde eveneens het grondgebied waar hij vroeger leefde, daar
staat nu een witte bungalow. Nadien bezochten ze ook het graf van Truus Coster.
Anton zweerde nooit meer terug te
keren naar Haarlem maar door het aandringen van zijn dochter wou hij haar toch
niet teleurstellen. Hij verbrak zijn belofte uit liefde voor zijn dochter. Deze
plek is ideaal om Anton’s herinneringen op te wekken en te delen met zijn geliefde
dochter.
Op een dag kreeg Anton hevige kiespijn
en bezocht de tandarts. De tandarts wou hem enkel en alleen helpen als hij mee
ging demonstreren tegen kernwapens. Tijdens die demonstratie botste hij tegen
een oude vrouw. Even later herkende hij haar, het was zijn vroegere buurmeisje
Karin Kortweg. Ze praten rustig over het verleden maar Anton wou er niets meer
over horen en liep weg van haar.
Anton stond met zijn rug naar de
toekomst en met zijn gezicht naar het verleden. Het verleden liet hem niet los.
Haarlem werd voor hem een symbolische plaats waar hij nooit meer een voet wou plaatsen.
De schrijver koos een ruimte die perfect bij de gemoedstoestanden hoorde.