Leesautobiografie


 Leesautobiografie

Van kleins af aan was ik geïnteresseerd in prentenboeken. In de kleuterklas kreeg ik korte verhaaltjes met grote afbeeldingen. Ik vond die prentjes interessant en begon nadien ook de tekstjes te lezen. Mijn favoriete boekjes waren: “Robbe en Bas” en “Isa Belletje” van Emma Thomson. De verhalen waren grappig en eenvoudig geschreven.

Tijdens de eerste drie jaar op de basisschool las ik eenvoudige boekjes zoals “Leeskribbels” en voorleesboekjes. Strips las ik ook vaak, vooral “FC de kampioenen” en “Suske en Wiske”. Al mijn vrije tijd besteedde ik aan het lezen van strips en eenvoudige leesboekjes. Als cadeau wou ik het liefst strips die ik nog niet had gelezen omdat ik ze verzamelde. Eens ik ze allemaal gelezen had, stoorde het me niet om ze opnieuw te lezen want ze bleven interessant. Maar toen ik ouder werd en in het vierde leerjaar zat, interesseerde jeugdboeken me meer. Toen besloot ik naar de bibliotheek te gaan. Daar ontdekte ik de “Geronimo” boeken geschreven door Elisabetta Dami. Ik werd er onmiddellijk verslaafd aan. Elk boek ging over nieuwe spannende avonturen met Geronimo Stilton, een muis, als hoofdpersonage. Het gaat over een muis die een rustig leven wil maar altijd betrokken wordt in spannende reisavonturen. Elke woensdag ging ik naar de bibliotheek om deze boeken te lezen. Op school had ik ook een maandelijks abonnement op “Vlaamse filmpjes”. Dit zijn jeugdboeken met korte verhaaltjes. Al deze boeken en strips heb ik nog bij mij thuis liggen.

De twee eerste jaren van het middelbaar las ik een heel ander genre. Deze boeken waren meer gericht op meisjes, zoals “De Olijke tweeling” geschreven door Arja Peters en Marion van de Coolwijk. Maar ook bijvoorbeeld “Nina’s neusje” van Karel Verleyen en nog vele anderen. “Nina’s neusje” heb ik heel graag gelezen en het werd één van mijn lievelingsboeken. Het ging over hedendaagse problemen van meisjes van mijn leeftijd. Ik leefde mee in de verhalen. Soms kocht ik boeken met mijn eigen zakgeld en ik vond het altijd fijn om ze zelf uit te kiezen en mijn eigen voorkeur te ontdekken. Ik las boeken van verschillende auteurs, maar deze boeken hadden meestal hetzelfde onderwerp. Ik had dus geen favoriete auteur.

Vanaf de tweede graad begon ik steeds minder en minder te lezen maar kreeg ik interesses in toneelstukken. In de vakantie nam ik deel aan een musical: tijdens een kamp van één week staken we zelf een musical in elkaar. Ik vond het veel leuker om iets zelf te ervaren dan een boek te lezen. Het kamp was georganiseerd door Studio 100 en ik heb dit twee jaar gedaan. Aan het eind van het derde jaar las ik geen boeken meer. Ik had geen interesse meer in jeugd- en adolescentenliteratuur. Het taalgebruik in de boeken voor volwassenen vond ik te moeilijk. Ik heb wel nog Franse boeken gelezen in de zomervakantie. Het waren over het algemeen zeer aangrijpende, romantische boeken. Eén van de boeken ging over een meisje van mijn leeftijd waarmee ik kon meeleven. Ik heb veel van het boek genoten.  In het vierde jaar las ik enkel nog de verplichte boeken die we voor school moesten lezen. Deze boeken waren meestal niet interessant waardoor ik geen moed meer had om uit eigen initiatief nog een ander boek te lezen.

Tijdens mijn vijfde jaar heb ik vrijwillig een Engels boek gelezen, namelijk “Stargirl” van Jerry Spinelli. Dit is een eenvoudig boek en heb het gelezen om mijn Engels te verbeteren. Natuurlijk lezen we moeilijkere boeken op school maar het was vooral de bedoeling om mijn woordenschat uit te breiden. Tijdens het schooljaar las ik ook verschillende boeken die ervoor gezorgd hebben dat ik me interesseerde in volwassenenliteratuur. De lectuur varieerde in ieder geval van inhoud, zoals “Het leven van Pi” van Yann Martel, “Post voor mevrouw Bromley” van Stefan Brijs en “De helaasheid der dingen” van Dimitri Verhulst. Zo las ik eens iets helemaal anders. Ik voelde me meer aangetrokken tot volwassenenliteratuur en hierdoor las ik in de zomervakantie “The fault in our stars” van John Green. Dit was een zeer aangrijpend verhaal waar ik enorm van genoten heb.

Het laatste jaar van het secundair onderwijs moeten we natuurlijk weer enkele boeken lezen. Ik hoop dat deze me bevalen en me verder duwen om volwassenen boeken te lezen al zijn deze boeken redelijk dik. Ik kijk er dus zeker en vast naar uit. Hopelijk gaat het mij aanzetten terug de weg naar de bibliotheek te vinden. Nog nooit las ik digitaal een boek, maar het lijkt me heel handig en ik ga dit zeker eens doen.

Kortom heb ik na al die jaren nog niet veel boeken gelezen. Mijn ouders hebben me nooit verplicht om dit te doen maar tijdens mijn vrije tijd ga ik toch proberen om meer te lezen. Dit kan enkel positief zijn en mijn kennis verruimen.